Op de scheurkalender van Omdenken, die ik van een lieve vriend heb gekregen, staat vandaag:
Denk niet dat er geen tijd is.
Er is alleen geen prioriteit.
Natuurlijk dacht ik wel heel vaak dat ik geen tijd had. Wie niet? Tijd is nu eenmaal geld in onze kapitalistische prestatiemaatschappij. Dat heb ik met de paplepel ingegoten gekregen.
Bovendien heb ik altijd een wat haastig gevoel gehad. Voor straks, voor wat ik nog moest doen, voor de plannen die in de week lagen. Om de lijstjes af te werken die ik in mijn hoofd had. Dat gevoel was mij heel vertrouwd. Het leek bij mij te horen.
Ik merk dat ik in de verleden tijd schrijf. En ik val even stil: ja, dat klopt. Nu ik in de eindfase van mijn leven ben, een fase waarin ik nauwelijks nog plannen maak en geen toekomst meer heb zogezegd, heeft tijd een andere kleur gekregen. Natuurlijk is er nog wel een morgen (o ja?), en zijn er de praktische en feitelijke dingen die ik te doen heb. Dat wel.
En er is leegte. Nu mijn drukke, bezige ik niet zoveel meer te doen heeft als ze altijd gewend was – ze kán niet zoveel meer doen vanwege haar afnemende energie en haar lichaam dat oud is – ervaart ze leegte als nooit tevoren. Nee, ze valt niet in het bekende gat gelukkig, omdat ze al zo lang geoefend heeft om naar leegte toe te gaan. Vroeger moest ze daar bewust tijd voor vrijmaken. Tijd die ze altijd, zo geloofde ze, tekortkwam.
De zegen van de ouderdom.
Nu ís leegte er.
Vanaf het moment dat ze haar ogen opendoet totdat ze weer naar bed gaat. En ook in de nachten waarin ze niet zoveel slaapt omdat ze pijn heeft. Leegte, die haar omarmt, haar verwarmt, haar troost, haar nooit verlaat.
Och, ik heb het er zo vaak over gehad, in mijn boeken, op mijn meditatieavonden. Ik noemde het leegte, stilte of diepzee. Dáár zijn waar je bent wie je bent. En dan niet hoeven weten waar dat is en wie je bent. Veilig zijn zonder adres.
Denk niet dat er geen tijd is. Er is alleen geen prioriteit. Wat ben ik dankbaar dat ik zoveel tientallen jaren telkens weer mezelf heb kunnen overhalen om die prioriteit wel te stellen en tijd te maken om vertrouwd te worden met leegte. Daar pluk ik nu de vruchten van.
Ik kan het ook anders zeggen: ik heb chronologische tijd vrij willen maken om in tijdloze tijd te leren leven. De oude Grieken gaven die twee ervaringen van tijd zelfs ieder een eigen god: Chronos en Kairos. Chronos telt de uren. Kairos kent alleen dit moment.
In leegte ben ik in diep contact met liefde. Soms voel ik zo direct liefde voor degene die tegenover mij zit, dat ik zomaar kan zeggen: ‘Ik hou van je’ (al doe ik dat maar zelden, want het is toch even schrikken).
Begrijp me goed: het besef dat leegte er is, is voor mij nu een dagelijkse ervaring. Dat is het grote geschenk. Daar hoef ik geen moeite meer voor te doen. Dat wil niet zeggen dat ik ook altijd in leegte bén. Zolang ik een lichaam heb en in de dualiteit van tijd en ruimte leef, raak ik ook weer uit contact. En dan is daar steeds opnieuw de uitnodiging tot overgave.
Leegte ís.
Vol-ledig.
Ik word gedragen.