hier zit ik voor het raam
me onnoemelijk te vervelen
ik wou dat ik twee hondjes was
dan kon ik samen spelen
– vrij naar Godfried Boman
Het goede nieuws: ik bén die twee hondjes!
En wat is er leuker dan samen spelen?
Het ene hondje — ik-zelf, de liefdevolle waarnemer in mij, het hart van de Bloem. Die verveelt zich nooit.
Het andere hondje — mijn persoonlijkheid. En ja, die kan zich onnoemelijk vervelen.
Wanneer ik met mijn aandacht binnen mijn persoonlijkheid blijf rondcirkelen, zal de verveling en de irritatie daarover alleen maar toenemen. ‘Ga wat doen!’ ‘Maar wat dan?’ ‘Gewoon, iets’. ‘Maar ik heb nergens zin in.’ En dus blijf ik maar voor het raam hangen — voor mij uit staren of op mijn telefoon zitten.
Als ik geoefend ben in aandacht merk ik sneller op wat er gebeurt. Ik herinner me dat ik een keuze heb. Ik realiseer me dat ik niet eindeloos op mijn telefoon wil blijven scrollen, want daar word ik niet blij van.
Ik richt mijn aandacht op de stilte, die altijd aanwezig is, in mij en om mij heen. Van daaruit ga ik naar mijn lichaam en naar mijn adem. Uit… in… uit… in… uit… in… uit. Ik merk op dat mijn aandacht afdwaalt, en breng haar weer terug. Uit… in… uit… in… uit… in… uit.
Mijn persoonlijkheid protesteert: ‘wat heb ik hier nou aan? Ik verveel me nog steeds. Wat een onzin!’ Ik heb geleerd haar protest te erkennen en te verwelkomen: ‘Ja natuurlijk verveel je je nog steeds, lieverd. Dat is oké.’ En ik ga weer met mijn aandacht naar mij-zelf, naar de liefdevolle waarnemer in mij, via de stilte, mijn lichaam en mijn adem.
Omdat mijn aandacht niet meer helemaal door de verveling wordt opgeslokt, wordt mijn persoonlijkheid langzaam rustiger, en ontstaat er een zekere nieuwsgierigheid – een van de eigenschappen van het hart – voor wat ‘verveling’ eigenlijk is. ‘Wat gebeurt er in mij dat ik het etiket ‘verveling’ opplak? Interessant!’
En ongemerkt vergeet ik me te vervelen…